ECLI:NL:RBZWB:2022:5250
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen afwijzing ambtshalve vermindering aanslagen inkomstenbelasting 2006 en 2007 niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende verzocht om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2006 en 2007. De inspecteur wees deze verzoeken af, waarna belanghebbende bezwaar maakte. De inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat op grond van artikel 65 AWR Pro tegen de afwijzing van een verzoek tot ambtshalve vermindering geen bezwaar openstaat.
Belanghebbende ging in beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank oordeelde dat de beroepen kennelijk ongegrond zijn en deed uitspraak zonder zitting. De rechtbank bevestigde dat de beslissing op grond van artikel 65 AWR Pro niet voor bezwaar en beroep vatbaar is, waardoor de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.
De rechtbank wees erop dat rechtsmiddelen bij de civiele rechter kunnen worden aangewend en dat geen aanleiding bestaat tot proceskostenveroordeling. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren tegen de afwijzing van de ambtshalve vermindering van aanslagen IB/PVV 2006 en 2007 worden ongegrond verklaard.