ECLI:NL:RBZWB:2022:4963
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
Op 22 maart 2022 werd in de garage of loods bij de woning van verzoekster een hennepkwekerij met 518 afgeknipte hennepplanten en professionele kweekattributen aangetroffen. De burgemeester besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning voor drie maanden te sluiten. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was om de sluiting op te leggen vanwege de handelshoeveelheid softdrugs en de professionele inrichting van de kwekerij. De noodzaak van sluiting is gerechtvaardigd ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het tegengaan van drugshandel, ook zonder dat er sprake is van overlast of feitelijke handel ter plaatse.
Verzoekster stelde dat zij niet op de hoogte was van de kwekerij en dat de sluiting onevenredig is vanwege de gevolgen voor haar gezin. De rechter acht het niet aannemelijk dat verzoekster niets wist en wijst erop dat zij als hoofdbewoner toezicht moet houden. Ook is voldoende woonruimte elders beschikbaar. De sluiting van de woning inclusief de garage is proportioneel en noodzakelijk.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar naar verwachting ongegrond zal zijn en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens hennepkwekerij wordt afgewezen.