ECLI:NL:RVS:2022:2879
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over geen dwangsom bij niet tijdig besluit asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 22 februari 2021 vastgesteld dat hij geen dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 april 2021 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoord moesten worden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Raad verwees naar eerdere uitspraken over soortgelijke kwesties en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.