ECLI:NL:RVS:2020:2540
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting bedrijfsruimtes wegens hennepkwekerijen op perceel
De burgemeester van Westerkwartier heeft bij besluit van 5 oktober 2018 de loods met drie bedrijfsruimtes op een perceel in Noordwijk voor twaalf maanden gesloten vanwege de aanwezigheid van drie hennepkwekerijen met in totaal 1502 hennepplanten. De eigenaar van het perceel, appellant, maakte bezwaar tegen de sluiting, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de bevoegdheid van de burgemeester om de bedrijfsruimtes te sluiten.
Appellant stelde in hoger beroep dat de sluiting onterecht was omdat er geen overlast was en de burgemeester niet had bewezen dat de hennepkwekerijen deel uitmaakten van een drugshandelketen. Ook voerde appellant aan dat de sluiting onevenredig was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat de woning op het erf niet was gesloten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet sluiting toestaat bij aanwezigheid van handelshoeveelheid drugs, ook zonder bewijs van overlast of feitelijke handel. De aanwezigheid van meer dan 5 gram softdrugs leidt tot de aanname van een rol in drugshandel, tenzij het tegendeel wordt aangetoond. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De Afdeling vond de sluiting van twaalf maanden proportioneel en in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat in de woning geen drugs waren aangetroffen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De sluiting van de bedrijfsruimtes voor twaalf maanden wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.