Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beroepsgronden
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
Ik nam een voorlopige ademtest af bij [naam eiseres] . Dit moment was om 16.00 uur. Na twee pogingen weigerde ze enige medewerking. Echter was ze niet tot rede vatbaar om enige medewerking te verlenen, evenmin na vordering. (…) Na aankomst aan team [naam team] werd na technische oponthoud vanwege foutieve inlogpogingen een tweetal afnames aan het ademanalyse apparaat verricht om 16:56 uur en 17:06 uur. In beide afnames waren de eerste blaaspogingen geregistreerd en de opvolgende blaaspogingen als foutief gemarkeerd. Dit was waarneembaar op het display van het ademanalyseapparaat. De grafiek van de ingeblazen lucht steeg bij aanvang maar daalde gedurende het blazen onder het minimum benodigde luchthoeveelheid voor een meting. Deze grafiek daalde ten opzichte van de referentiegrafiek die eveneens op de display zichtbaar was. Herhaaldelijk is [naam eiseres] uitleg gegeven om correct te blazen. Gedurende het verblijf aan team [naam team] hoorde ik [naam eiseres] herhaaldelijk zeggen dat ze de nacht ervoor veel wijn had gedronken en dat mogelijk wel zou blijken uit de blaasresultaten. Ik hoorde haar tevens zeggen ze niet de voorlopige ademtest weigerde maar dat het blazen gewoon niet lukte.’
Weet ik niet, ik blies te hard of te langzaam of te kort. Daarom zei ik neem mij maar mee doe maar een bloedtest ofzo. Op het grote apparaat lukte het ook niet.’