ECLI:NL:RVS:2018:3715
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot onderzoek rijgeschiktheid na rijden onder invloed
Het CBR legde appellant een onderzoek naar rijgeschiktheid op nadat hij op 13 november 2016 werd betrapt met een ademalcoholgehalte van 690 µg/l en eerder ook was aangehouden voor rijden onder invloed. Appellant betwistte dat hij daadwerkelijk onder invloed had gereden en voerde tegenbewijs aan, waaronder getuigenverklaringen en telefoongegevens.
De rechtbank oordeelde dat het CBR met voldoende zekerheid kon vaststellen dat appellant onder invloed als bestuurder had gehandeld. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst de argumenten van appellant af. De verklaringen van de partner en de getuige van McDonalds bieden onvoldoende grond om aan de betrouwbaarheid van het proces-verbaal te twijfelen.
De Raad van State benadrukt dat het bestuursrechtelijke onderzoek losstaat van de strafrechtelijke procedure en dat het CBR niet in strijd met het verdedigingsbeginsel heeft gehandeld. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot onderzoek naar rijgeschiktheid wordt bevestigd.