ECLI:NL:RBZWB:2022:3437
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar erfbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen een definitieve aanslag erfbelasting vastgesteld op 20 april 2017. De inspecteur heeft het bezwaar op 26 januari 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
De rechtbank beoordeelt dat de termijn begint te lopen op de dag na dagtekening van het aanslagbiljet, en dat het bezwaarschrift pas op 17 november 2021 bij de inspecteur is ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. De door belanghebbenden aangevoerde reden dat zij niet op de hoogte waren van alle belastingregels en pas later ontdekten dat er recht bestond op een belastingvrije schenking, vormt geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen de ambtshalve beslissing van de inspecteur om de aanslag niet te verminderen, aangezien dergelijke beslissingen niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting omdat het beroep kennelijk ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.