ECLI:NL:RBZWB:2022:3322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding drugshandelverbod op straat
Eiser werd op 1 februari 2021 staande gehouden bij een tankstation dat bekendstaat als een drugsdealplek. Bij hem en in zijn voertuig werden drugs en contant geld aangetroffen, evenals telefoons met berichten die duidden op drugshandel. De burgemeester legde een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 67 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), die het postvatten en rondrijden met het kennelijke doel van drugshandel verbiedt.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en stelde onder meer dat er geen bewijs was voor een daadwerkelijke transactie, dat de drugs en telefoons niet van hem waren, en dat het besluit in strijd was met de onschuldpresumptie, proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank oordeelde dat voor overtreding van artikel 67 APV Pro geen daadwerkelijke levering vereist is en dat de burgemeester op basis van de processen-verbaal aannemelijk mocht achten dat eiser zich schuldig maakte aan het verbod.
Verder oordeelde de rechtbank dat de onschuldpresumptie niet werd geschonden omdat het bestuursrechtelijke besluit geen strafrechtelijke schuldvaststelling inhoudt. Ook was de opgelegde dwangsom proportioneel en in redelijke verhouding tot het doel van handhaving van de openbare orde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 67 van de APV wordt ongegrond verklaard.