ECLI:NL:RBZWB:2022:290
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter beveelt tijdige beslissing op omvangrijk Wob-verzoek en legt dwangsom op
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar Wob-verzoek, nadat de rechtbank in een eerdere procedure had bepaald dat verweerder binnen twee weken moest beslissen. Verweerder heeft niet binnen die termijn een besluit genomen, hoewel vier van de vijf deelbesluiten reeds genomen waren.
De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling niet vereist is indien de rechter een termijn heeft gesteld. Verweerder stelt dat het verzoek omvangrijk is en daarom in vijf deelbesluiten wordt genomen, waarvan het laatste uiterlijk in maart 2022 zou volgen. De rechtbank acht deze termijn onredelijk lang gezien de verstreken tijd en legt een termijn van twee weken op.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €250 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €37.500. Het beroep wordt gegrond verklaard, het griffierecht wordt aan eiseres vergoed en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €379,50.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 24 januari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder binnen twee weken het laatste deelbesluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.