ECLI:NL:RBZWB:2022:282
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening dagloonberekening WIA-uitkering vanwege juiste referteperiode
Eiser, een voormalig stukadoor met een WIA-uitkering, verzocht het UWV om herziening van de dagloonberekening omdat hij meent dat de referteperiode onjuist is vastgesteld. Het UWV handhaafde de oorspronkelijke referteperiode, omdat uit loonstroken en andere bewijsstukken blijkt dat eiser niet onafgebroken arbeidsongeschikt was vanaf de door hem gestelde datum.
De rechtbank toetst het besluit van het UWV inhoudelijk en concludeert dat eiser niet heeft aangetoond dat hij vanaf 3 maart 2010 onafgebroken arbeidsongeschikt was. De loonstroken en polisadministratie ondersteunen de constatering dat eiser tussen 18 oktober 2010 en 31 januari 2011 hersteld was. Hierdoor is de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van 30 augustus 2011 en de daarmee samenhangende referteperiode correct vastgesteld.
Gelet op de wettelijke bepalingen in de WIA en het Dagloonbesluit, en het ontbreken van bewijs dat eiser in de referteperiode minder loon heeft ontvangen wegens ziekte, is het beroep ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om het besluit van het UWV te herzien en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot afwijzing van de herziening van de dagloonberekening wordt bevestigd.