Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 20 mei 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Beroepsgronden
Omvang geschil
Wettelijk kader
Medische beoordeling
Conclusie
Schadevergoeding
Beslissing
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit I gegrond;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan eiser van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 1.000,-.