Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2022 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser
het dagelijks bestuur van Werkplein Hart van West-Brabant, verweerder.
Procesverloop
,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers, directeur-grootaandeelhouders van een eigen B.V., ontvingen eerder Tozo-uitkeringen maar werd Tozo 4 geweigerd vanwege inkomsten uit verhuur van een woning. Zij stelden dat de kosten verbonden aan het verhuurde pand, zoals hypotheeklasten, in mindering moesten worden gebracht op de inkomsten, en dat zij niet vrij konden beschikken over de huurinkomsten vanwege een akte van cessie.
De rechtbank overwoog dat de Tozo een noodvoorziening is gebaseerd op artikel 78f van de Participatiewet, waarbij het middelenbegrip van de Participatiewet geldt. Volgens vaste rechtspraak kunnen kosten verbonden aan inkomsten uit verhuur niet in mindering worden gebracht. Eisers konden vrij beschikken over de huurinkomsten, ondanks de cessieakte, omdat de huur volledig op hun gezamenlijke rekening werd gestort en zij zelf hypotheeklasten betaalden.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit stand houdt en dat de regeling bewust is aangesloten bij de Participatiewet zonder uitzonderingen voor verhuurinkomsten. Er waren geen bijzondere persoonlijke omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Tozo 4-uitkering wordt bevestigd.