ECLI:NL:RBZWB:2022:2699
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting gebruiker voor een gerenoveerd restaurant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een in 2019 gerenoveerd restaurant en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting gebruiker voor het jaar 2020. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde vast op € 489.000,- en handhaafde deze na bezwaar. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde het geschil aan de hand van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de waarde wordt bepaald door de huurwaarde te vermenigvuldigen met een kapitalisatiefactor. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een waarderapport waarin een huurwaarde van € 58.835,- en een kapitalisatiefactor van 10,3 werden gehanteerd, gebaseerd op marktgegevens van vergelijkingsobjecten.
Belanghebbende betwistte de gehanteerde waarde en verwees naar mogelijke effecten van de coronapandemie op het leegstandsrisico, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen rol speelde bij de waardepeildatum van 1 januari 2019. De rechtbank achtte de onderbouwing van de heffingsambtenaar voldoende en verwierp het beroep. Tevens wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn niet was overschreden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting gebruiker wordt ongegrond verklaard.