ECLI:NL:RBZWB:2022:243
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen belastingaanslagen wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag en een definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Het bezwaar tegen de navorderingsaanslag werd eerder ongegrond verklaard en het beroep daarop niet-ontvankelijk wegens niet betalen van griffierecht. Later diende belanghebbende opnieuw bezwaar in, maar dit werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat een tweede bezwaar tegen dezelfde navorderingsaanslag niet mogelijk is en verklaart dit bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Ook het bezwaar tegen de definitieve aanslag is niet tijdig ingediend, waardoor ook dit bezwaar niet-ontvankelijk is. De wettelijke termijnen zijn dwingend en belanghebbende heeft geen verschoonbare redenen aangevoerd.
Daarnaast heeft de inspecteur een ambtshalve beslissing genomen wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn. De rechtbank stelt dat tegen deze beslissing eerst bezwaar moet worden gemaakt voordat beroep mogelijk is, tenzij partijen instemmen met rechtstreeks beroep. Omdat belanghebbende niet heeft gereageerd op het verzoek tot instemming, wordt het beroepschrift als bezwaar tegen de ambtshalve beslissing aangemerkt en moet de inspecteur dit in behandeling nemen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 25 januari 2022.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslagen is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep tegen de ambtshalve beslissing niet-ontvankelijk, met doorzending van het beroepschrift als bezwaar.