Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
tezamen, verzoekers,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekers maakten bezwaar tegen het college van burgemeester en wethouders van Breda vanwege het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van twee recreatiewoningen op een perceel. Na eerdere vergunningen en een eerdere schorsing van de vergunning, verleende het college opnieuw een vergunning voor een gewijzigd bouwplan. Verzoekers stelden dat het college niet bevoegd was twee aparte vergunningen te verlenen en dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bevoegd was meerdere vergunningen te verlenen voor verschillende bouwplannen op hetzelfde perceel, omdat het nieuwe bouwplan niet van ondergeschikte aard was gewijzigd. Tevens was het bouwplan passend binnen het nieuwe bestemmingsplan, dat de bestemming 'Recreatie' en 'Verkeer' aan de percelen gaf. De voorzieningenrechter vond de digitale bestemmingsplankaart leidend voor de interpretatie van de bestemmingsvlakken, ondanks onduidelijkheden in de papieren versie.
Ook de parkeerplaatsen waren passend binnen de bestemming 'Verkeer' en voldeden aan het Parapluplan parkeren. Gezien de spoedeisendheid en belangenafweging werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van twee recreatiewoningen worden afgewezen.