Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2006/2007 (zaaknummer 17/3305);
- het jaar 2007/2008 (zaaknummer 17/3306);
- het jaar 2009 (zaaknummer 17/3307);
- het jaar 2010 (zaaknummer 17/3308);
- het jaar 2011 (zaaknummer 17/3309).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een in het buitenland gevestigde entiteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2006 tot en met 2011. De verzoeken werden afgewezen omdat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden van de teruggaafregeling respectievelijk het regime van afdrachtvermindering.
De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en belanghebbende verzocht om nadere motivering en medewerking aan een vervangende betaling, maar hierop is geen reactie ontvangen. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf omdat niet is voldaan aan de voorwaarden en de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het ontbreken van tegemoetkoming voor buitenlandse beleggingsinstellingen.
De beroepen zijn daarom kennelijk ongegrond verklaard. Er is geen recht op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen van belanghebbende tegen afwijzing van teruggaaf dividendbelasting over de jaren 2006-2011 ongegrond.