ECLI:NL:RBZWB:2021:6148
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling in procedure wijziging partneralimentatie tussen ex-partners
Partijen zijn ex-echtgenoten waarvan de echtscheiding bij beschikking van 19 juni 2020 is uitgesproken. In het echtscheidingsconvenant is bepaald dat de man partneralimentatie betaalt aan de vrouw, zonder jaarlijkse indexatie en tot zijn pensioengerechtigde leeftijd.
De vrouw verzocht de rechtbank om wijziging van de partneralimentatie naar een hoger bedrag, maar trok dit verzoek in nadat de man alsnog pensioeninformatie overlegde waaruit bleek dat zijn inkomen nagenoeg gelijk was aan het uitgangspunt bij het convenant. De man had een voorwaardelijk verzoek ingediend om de alimentatie nihil te stellen vanaf juni 2021, maar dit kon niet worden beoordeeld omdat het wijzigingsverzoek was ingetrokken.
De vrouw verzocht de man in de proceskosten te veroordelen omdat hij de pensioeninformatie niet tijdig had verstrekt, waardoor zij onnodig kosten had moeten maken. De man betwistte dit en stelde dat de vrouw uit wantrouwen de procedure was gestart.
De rechtbank oordeelde dat de man op grond van redelijkheid en billijkheid gehouden was de pensioeninformatie eerder te verstrekken en dat het niet doen hiervan de vrouw noopte tot een onnodige procedure. Daarom veroordeelde de rechtbank de man in de proceskosten op basis van het gangbare liquidatietarief, maar niet in de werkelijke kosten. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wijziging van de alimentatie en het voorwaardelijk verzoek van de man werd niet behandeld.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wijziging van partneralimentatie en de man wordt veroordeeld in de proceskosten op basis van het gangbare liquidatietarief.