ECLI:NL:RBZWB:2021:5023
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen belastingaanslagen en boetebeschikking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen en een boetebeschikking van de Belastingdienst over het jaar 2015 en diende vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. De rechtbank onderzocht of aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen niet tijdig beslissen was voldaan, waaronder de schriftelijke ingebrekestelling van het bestuursorgaan.
Uit de gedingstukken bleek dat belanghebbende de inspecteur niet schriftelijk in gebreke had gesteld, zoals vereist op grond van artikel 6:12 Awb Pro. Ook waren er geen omstandigheden die konden rechtvaardigen dat van belanghebbende niet kon worden verlangd dit te doen. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
De rechtbank benadrukte dat dit oordeel geen inhoudelijke beoordeling van de bezwaren tegen de aanslagen en boetebeschikking inhoudt. De inspecteur blijft verplicht om op de bezwaren te beslissen. Indien belanghebbende rechtstreeks beroep wilde instellen tegen de aanslagen en boetebeschikking, was dit niet mogelijk zonder doorlopen van de bezwaarfase, tenzij de inspecteur daarmee instemde.
De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en wees op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een schriftelijke ingebrekestelling.