ECLI:NL:RBZWB:2021:5023

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 oktober 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 2148
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen belastingaanslagen en boetebeschikking

Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen en een boetebeschikking van de Belastingdienst over het jaar 2015 en diende vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. De rechtbank onderzocht of aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen niet tijdig beslissen was voldaan, waaronder de schriftelijke ingebrekestelling van het bestuursorgaan.

Uit de gedingstukken bleek dat belanghebbende de inspecteur niet schriftelijk in gebreke had gesteld, zoals vereist op grond van artikel 6:12 Awb Pro. Ook waren er geen omstandigheden die konden rechtvaardigen dat van belanghebbende niet kon worden verlangd dit te doen. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.

De rechtbank benadrukte dat dit oordeel geen inhoudelijke beoordeling van de bezwaren tegen de aanslagen en boetebeschikking inhoudt. De inspecteur blijft verplicht om op de bezwaren te beslissen. Indien belanghebbende rechtstreeks beroep wilde instellen tegen de aanslagen en boetebeschikking, was dit niet mogelijk zonder doorlopen van de bezwaarfase, tenzij de inspecteur daarmee instemde.

De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en wees op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een schriftelijke ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 21/2148, 21/2302 en 21/2303
uitspraak van 7 oktober 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

Motivering

Aanleiding
De inspecteur heeft aan belanghebbende met dagtekeningen 18 december 2020 en 31 december 2020 een naheffingsaanslag omzetbelasting 2015 met aanslagnummer [aanslagnummer] .B.01, een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015 met aanslagnummer [aanslagnummer] .H.57.01 en een navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2015 met aanslagnummer [aanslagnummer] .W.57.01.4 (hierna: de aanslagen) opgelegd en met dagtekening 30 juni 2021 een boetebeschikking behorende bij de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015.
Belanghebbende heeft tegen de aanslagen en boetebeschikking bezwaar gemaakt.
Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend tegen het uitblijven van uitspraken op bezwaar.
Beroep tegen het niet tijdig beslissen
Op basis van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, kan het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
Uit de gedingstukken kan niet worden afgeleid dat belanghebbende de inspecteur schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Er zijn geen omstandigheden gebleken waaruit volgt dat – ten tijde van indiening van het beroepschrift – redelijkerwijs niet van belanghebbende gevergd kon worden dat hij de inspecteur in gebreke stelt (artikel 6:12, derde lid, van de Awb). De beroepen tegen het niet tijdig beslissen zijn daarom niet-ontvankelijk.
Nu ook niet is gebleken dat de inspecteur inmiddels uitspraken op bezwaar heeft gedaan verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Wat betekent dit?
De beroepen zijn om een formele reden niet-ontvankelijk. Dit oordeel neemt niet weg dat de inspecteur nog wel gehouden is om op de bezwaren tegen de aanslagen en boetebeschikking te beslissen. De rechtbank kan echter niet toekomen aan de inhoudelijke klachten in het beroepschrift en aanvullende stukken tegen de bestreden aanslagen en boetebeschikking. Voor zover belanghebbende rechtstreeks beroep heeft willen instellen tegen die aanslagen en boetebeschikking, zijn de beroepen niet-ontvankelijk, omdat eerst de bezwaarfase moet worden doorlopen en de inspecteur niet heeft ingestemd met rechtstreeks beroep.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 7 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.