ECLI:NL:RBZWB:2021:4138
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering niet gematigd of kwijtgescholden
Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) legde eiser een boete van €410,49 op omdat hij niet binnen drie maanden na een aanmaning een zorgverzekering had afgesloten, zoals vereist op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Eiser maakte bezwaar tegen deze boete en stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder detentie en gebrek aan inkomen, onvoldoende in aanmerking waren genomen voor matiging of kwijtschelding.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aan de aanmaning had voldaan en dat het CAK op grond van de Zvw verplicht was de boete op te leggen. Hoewel eiser stelde dat hij de boete niet kon betalen, toonden zijn bankafschriften een gemiddeld inkomen van €756,70 per maand en een positief banksaldo aan. Het CAK concludeerde dat er geen reden was om de boete te matigen of kwijt te schelden.
De rechtbank volgde het standpunt van het CAK en oordeelde dat ook bij een vrijwel ontbreken van draagkracht een boete kan worden opgelegd vanwege het belang van verzekering tegen ziektekosten. Er was geen sprake van onevenredig nadelige gevolgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering wordt ongegrond verklaard.