ECLI:NL:CRVB:2022:677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €134,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende brief.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift en hoger beroep. Omdat appellant niet tijdig heeft voldaan aan deze verplichting, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter H. Benek, met griffier K.R. van Renswoude, op 17 maart 2022. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.