Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De gemeente stelt sportaccommodaties ter beschikking aan basisscholen binnen haar gemeente, waarbij zij verplicht is op grond van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) de huisvesting voor bewegingsonderwijs te verzorgen. Voor de klokuren brengt de gemeente geen daadwerkelijke vergoeding in rekening, hoewel zij in het verleden facturen met BTW uitreikte die intern werden gecompenseerd. De inspecteur wijzigde het standpunt en stelde dat de gemeente voor de klokuren niet als ondernemer handelt voor de omzetbelasting.
De rechtbank beoordeelde of sprake is van een economische activiteit en een dienst onder bezwarende titel. Gezien de interne verrekening tussen afdelingen binnen dezelfde gemeente en het ontbreken van een werkelijke vergoeding, concludeerde de rechtbank dat geen belastbare prestatie plaatsvindt. Hierdoor is de gemeente geen ondernemer voor de BTW bij de klokuren en is de voorbelasting niet aftrekbaar.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep op belastingneutraliteit omdat de situatie van de gemeente niet vergelijkbaar is met commerciële exploitanten die wel een vergoeding vragen. Het beroep van de gemeente werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de gemeente ongegrond en bevestigt dat geen met BTW belaste prestaties plaatsvinden voor de klokuren.