ECLI:NL:RBZWB:2021:3472
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-herziening hersteldverklaring UWV uit 2001
Eiseres, een vrouw die in het verleden als secretaresse werkte, werd in 2001 hersteld verklaard door het UWV en kreeg geen recht op een Ziektewetuitkering. Zij verzocht in 2019 om herziening van dit besluit op grond van nieuwe feiten en omstandigheden die volgens haar niet eerder waren meegenomen. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden (nova).
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de door eiseres overgelegde stukken, waaronder medische brieven en verklaringen van naasten, geen nieuwe objectieve feiten bevatten die niet reeds bekend waren bij het UWV in 2001. De verzekeringsarts had deze stukken zorgvuldig beoordeeld en concludeerde dat er geen nova was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zich terecht, zorgvuldig en gemotiveerd op dit standpunt had gesteld en dat de beoordeling voldeed aan de toepasselijke wettelijke normen, waaronder artikel 4:6 Awb Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op de hersteldverklaring uit 2001 wordt ongegrond verklaard.