ECLI:NL:RBZWB:2020:5741
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Geheimhouding van interne stukken Belastingdienst deels toegewezen
De inspecteur van de Belastingdienst verzocht de rechtbank om geheimhouding van vier interne stukken in een belastingzaak, waaronder notities, een gespreksverslag en een memo. De rechtbank voerde een belangenafweging uit tussen het belang van de inspecteur bij geheimhouding en het belang van belanghebbende bij kennisneming.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de inspecteur bij geheimhouding van passages in drie van de stukken zwaarder woog dan het belang van belanghebbende. Dit betrof met name interne beraadslagingen, strategische en tactische overwegingen en de bescherming van persoonsgegevens van belastingambtenaren. De passages betroffen onder meer meningen, strategische opmerkingen en namen van medewerkers.
Ten aanzien van het vierde stuk, een memo, oordeelde de rechtbank dat de inspecteur geen eigen belang bij geheimhouding had aangevoerd, maar slechts stelde dat belanghebbende geen belang had bij kennisneming. Hierdoor was het verzoek voor dit stuk niet gerechtvaardigd en werd geheimhouding daarvan afgewezen.
De procedure vond plaats zonder zitting, met instemming van belanghebbende. De beslissing is genomen op 18 november 2020 door rechter W.A.P. van Roij en griffier I. van Wijk. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot geheimhouding deels toe en wijst het geheimhoudingsverzoek voor één stuk af.