Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 3 juni 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiseres] , wonende te [plaatsnaam] , eiseres,
Procesverloop
17 september 2018 (bestreden besluit 2, 19/2712 ZW);
Overwegingen
Zij heeft zich op 1 augustus 2017 ziek gemeld met lichamelijke klachten. Bij besluit van 20 september 2017 heeft het UWV haar per 1 september 2017 een ZW-uitkering toegekend.
In dit geval heeft het UWV bij primair besluit 3 besloten niet van eiseres terug te vorderen. Eiseres kon met haar bezwaar daartegen niet meer bereiken dan het UWV in zijn primair besluit 3 al aan haar had toegezegd. Als gevolg daarvan had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het UWV het bezwaar ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Medische beoordeling
J.J. Veris-van Dieren van 6 november 2018 en de informatie van assistent neurochirurg van het Universiteitsziekenhuis te Gent, J. Paquet van 2 maart 2019. Aansluitend aan de hoorzitting heeft de verzekeringsarts b&b eiseres onderzocht. In zijn rapportage van 1 mei 2019 geeft de verzekeringsarts b&b aan geen harde medische redenen te zien om af te wijken van de primaire verzekerings-medische beoordeling. De FML van 17 september 2018 vindt de verzekeringsarts b&b voor beide data in geding (1 september 2018 en 17 september 2018) meer dan passend bij de objectiveerbare stoornissen van eiseres. In deze FML worden zeer forse beperkingen gegeven zowel in persoonlijk sociaal functioneren als voor dynamische en statische belasting. Ook in zijn optiek is er sprake van aspecifieke rug- en nekklachten, waarbij geen operatie-indicatie bestaat. Ook psychische problematiek in de vorm van somatisatie is aan de orde. Juist het zoveel mogelijk hervatten van de arbeidsrol in passende arbeid is volgens de verzekeringsarts b&b bij aspecifieke rug- en nekklachten in combinatie met somatisatie aan de orde. Volgens hem werkt afwezigheid uit het arbeidsproces bijna altijd antirevaliderend en klachtenonderhoudend, zoals zijns inziens ook bij eiseres het geval is.
17 september 2018 voor onjuist te houden, aldus de verzekeringsarts b&b.
De rechtbank begrijpt dat eiseres veel klachten en beperkingen ervaart. Maar volgens vaste rechtspraak van CRvB is de subjectieve beleving en ervaring van iemands klachten niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin bij iemand zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn volgens de CRvB van belang. Bij de opstelling van de FML is naar het oordeel van de rechtbank met het geobjectiveerde deel van de klachten voldoende rekening gehouden.
Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die tot de conclusie leidt dat eiseres zowel op
1 september 2018 als op 17 september 2018 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid. Omdat pas recht bestaat op een ZW-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de uitkering van eiseres terecht beëindigd per 1 september 2018 en de per 3 september 2018 toegekende ZW-uitkering ook terecht beëindigd per 17 september 2018. De beroepen tegen de bestreden besluiten 1 en 2 zijn daarom ongegrond.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten 1 en 2 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 3 gegrond en vernietigt dat besluit;
- herroept het primaire besluit 3, verklaart het bezwaar van eiseres niet ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 525,-.