ECLI:NL:RBZWB:2020:2332
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verlaging bijstandsuitkering wegens ontbreken woonkosten
Verzoekster ontvangt een bijstandsuitkering als alleenstaande en huurt een chalet van haar broer zonder huurbetaling, maar met de verplichting tot onderhoud. Het college heeft haar bijstandsuitkering vanaf 1 januari 2020 verlaagd met 18% van de gehuwdennorm omdat zij volgens het college geen woonkosten heeft.
Verzoekster betwist dit en heeft facturen overgelegd van onderhoudswerkzaamheden en stelt energiekosten te betalen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de facturen onvoldoende onderbouwd zijn, deels betrekking hebben op een periode voor bewoning en dat energiekosten niet als woonkosten gelden volgens het beleid en jurisprudentie.
Verzoekster kan ook geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel omdat de beleidsregels zijn gewijzigd sinds haar eerdere situatie. Bovendien mag het college de verlaging baseren op de gehuwdennorm. De voorzieningenrechter concludeert dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij woonkosten maakt en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering wegens ontbreken van woonkosten wordt afgewezen.