ECLI:NL:RBZWB:2020:1704
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit de basisregistratie personen wegens vertrek onbekend
Eiseres was ingeschreven op een adres te [plaatsnaam], maar verbleef daar feitelijk niet in de onderzochte periode. Het college ontving een melding dat eiseres niet meer op dat adres woonde en startte een onderzoek. Na het uitblijven van reactie op brieven en het raadplegen van instanties zonder resultaat, schreef het college eiseres ambtshalve uit per 13 februari 2019 als niet-ingezetene met vertrek onbekend.
Eiseres voerde aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat het college niet alle feiten en omstandigheden had meegewogen, waaronder haar psychische problemen en mogelijke gevolgen voor haar verblijfsrecht. De rechtbank oordeelde dat het college het onderzoek conform de geldende Circulaire Adresonderzoek BRP had uitgevoerd, dat geen huisbezoek verplicht is en dat de uitschrijving terecht was.
De rechtbank benadrukte dat de gegevens in de BRP betrouwbaar moeten zijn en dat onomstotelijk moet vaststaan dat de geregistreerde gegevens onjuist zijn alvorens wijziging plaatsvindt. De drie cumulatieve voorwaarden voor uitschrijving waren voldaan: eiseres was niet bereikbaar op het adres, er was geen verhuismelding ontvangen en er waren geen andere verblijfgegevens bekend. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP is ongegrond verklaard.