ECLI:NL:RVS:2016:2270
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit ambtshalve vertrekregistratie in basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft op 19 november 2014 met toepassing van artikel 2.22 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) ambtshalve het vertrek van appellante naar een onbekend land in de basisregistratie personen opgenomen. Dit volgde op een verzoek van een gerechtsdeurwaarder en een onderzoek naar het woonadres van appellante, die niet meer op het bekende adres in Tilburg werd aangetroffen.
Appellante voerde aan dat zij wel degelijk op het adres woonde en dat het adresonderzoek niet volgens het voorgeschreven protocol was uitgevoerd, onder meer omdat slechts één bron was geraadpleegd en communicatie per e-mail niet als bereikbaarheid kon worden beschouwd. De rechtbank oordeelde echter dat het college het onderzoek conform het protocol had uitgevoerd, meerdere bronnen had geraadpleegd, waaronder de zorgverzekeraar en gemeentelijke sociale dienst, en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij op het adres woonde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Afdeling overwoog dat het college voldoende onderzoek had gedaan, dat e-mailcontact niet gelijkstaat aan bereikbaarheid op het woonadres, en dat appellante geen bewijs had geleverd voor haar stellingen. Het besluit tot ambtshalve opname van het vertrek was daarmee terecht genomen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ambtshalve opname van vertrek in de basisregistratie personen wordt bevestigd.