Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was van april 2013 tot augustus 2015 in dienst bij werkgever A en werkte daarnaast op uitzendbasis bij werkgever B. Na beëindiging van het dienstverband ontstonden procedures bij het College voor de Rechten van de Mens, waarna partijen op 8 februari 2016 een vaststellingsovereenkomst sloten waarin een schadevergoeding van €30.000 bruto werd toegekend.
De inspecteur van de Belastingdienst rekende deze vergoeding tot het belastbaar inkomen uit werk en woning en legde een navorderingsaanslag op. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze aanslag en de bijbehorende belastingrente.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet slaagt in haar bewijslast dat de vergoeding geen loon uit dienstbetrekking is. De vergoeding is toegekend vanwege het psychisch leed in verband met de beëindiging van het dienstverband, en het feit dat de vergoeding na beëindiging is overeengekomen doet hieraan niet af. Jurisprudentie over vergoedingen na ongevallen is niet van toepassing. De navorderingsaanslag en belastingrente blijven in stand, en de beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De ontvangen schadevergoeding wordt als belast loon aangemerkt en de navorderingsaanslag blijft in stand.