ECLI:NL:RBZWB:2019:5321
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet ontvangen zorg
Eiseres, moeder en wettelijk vertegenwoordiger van de budgethoudster gedurende de jaren 2013 en 2014, stelde beroep in tegen het besluit van het Zorgkantoor om de verantwoordingen van het persoonsgebonden budget (pgb) af te keuren en het pgb terug te vorderen. Het Zorgkantoor stelde vast dat de budgethoudster geen AWBZ-zorg had ontvangen van de opgegeven zorgverlener, ondanks dat betalingen waren verricht en zorgovereenkomsten waren afgesloten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet zelf belanghebbende was bij het primaire besluit, dat aan de meerderjarige budgethoudster was gericht, maar dat zij wel een zelfstandig belang had bij de bestreden besluiten vanwege haar vermeende frauduleuze handelen. De rechtbank stelde vast dat het Zorgkantoor een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat de terugvordering terecht was, omdat de zorg niet was geleverd.
De stelling van eiseres dat bijzondere omstandigheden een terugvordering zouden moeten voorkomen, werd buiten de procedure gehouden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering van in totaal €30.225,- werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het persoonsgebonden budget bevestigd.