Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €1.826 en belastingrente van €25, opgelegd door de inspecteur. De discussie spitst zich toe op de waardebepaling van een gebruikte Opel Meriva en de verplichting om de auto te tonen bij Domeinen Roerende Zaken (DRZ) te Soesterberg.
De rechtbank oordeelt dat de oproep om de auto te tonen aan DRZ niet in strijd is met het beleid van de inspecteur of het evenredigheidsbeginsel. De kosten van €525 voor het vervoer van de auto naar Soesterberg worden niet als onevenredig hoog beschouwd ten opzichte van de naheffingsaanslag. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waardevermindering door schade hoger is dan reeds meegenomen in de taxatie.
Verder is vastgesteld dat de inspecteur de naheffingsaanslag deugdelijk heeft voorbereid ondanks de weigering van belanghebbende om de auto te tonen. Ook is het beroep op toepassing van het tarief van 2016 afgewezen omdat de wettelijke regeling dit niet toestaat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.