De zaak betreft verzoeken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant om vervangende toestemming te verkrijgen voor het aanvragen van een identiteitskaart voor een ondertoezichtgestelde minderjarige en om het gezag over de minderjarige gedeeltelijk toe te wijzen aan de instelling voor de aanmelding bij een onderwijsinstelling.
De minderjarige woont sinds 1 maart 2019 in een gezinshuis na verlenging van de ondertoezichtstelling en machtigingen tot uithuisplaatsing. De moeder weigert haar toestemming te verlenen voor de identiteitskaart en schoolinschrijving, terwijl de vader hiermee wel instemt. De moeder is in afwachting van een hoger beroep tegen eerdere beslissingen en weigert medewerking aan vakantieplannen van het gezinshuis.
De rechtbank overweegt dat de beschikking tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad is en dat het belang van de minderjarige prevaleert. Vervangende toestemming wordt verleend voor de identiteitskaart en deelname aan vakantie in Spanje. Tevens wordt de gecertificeerde instelling belast met het gezag over de schoolaanmelding, zodat de minderjarige volledig kan deelnemen aan schoolactiviteiten.
De beslissing is in het belang van de integratie en ontwikkeling van de minderjarige in het gezinshuis en de sociale omgeving. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door belanghebbenden.