In deze bestuursrechtelijke zaak staat de fiscale woonplaats van de erflater in 2013 centraal. De inspecteur stelt dat erflater binnenlands belastingplichtig was omdat hij in Nederland woonde, terwijl de erfgenamen betogen dat erflater sinds 1993 in Kenia woonde en dus buitenlands belastingplichtig was.
De rechtbank heeft alle feiten en omstandigheden afgewogen, waaronder inschrijving in de Basisregistratie Personen, bezit van onroerend goed en bankrekeningen in Nederland, medische behandelingen in Nederland, en verklaringen van betrokkenen en de Nederlandse consul in Kenia. De rechtbank concludeert dat de band met Nederland vooral vermogensrechtelijk was en dat erflater slechts tijdelijk in Nederland verbleef voor medische zorg.
De rechtbank acht het aannemelijk dat het huwelijk met de in Nederland woonachtige echtgenote duurzaam ontwricht was en dat erflater een nieuwe relatie had in Kenia. Er was geen duurzame persoonlijke band met Nederland in 2013. De aanslag wordt daarom verminderd tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.190.711, waarbij interne compensatie wordt toegepast.
De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.024 en moet het betaalde griffierecht vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.