Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een ondernemer in scenario schrijven, heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1 november 2013 tot en met 30 september 2015. De inspecteur had de aanslag opgelegd wegens niet geaccepteerde voorbelasting en een correctie voor privégebruik van een auto.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de aftrek van voorbelasting, omdat facturen ontbraken en de zakelijkheid van kosten niet was onderbouwd. De stelling dat administratie verloren is gegaan door diefstal in 2014 bood geen soelaas voor de periode daarna. Daarnaast is het privégebruik van de auto door belanghebbende niet betwist, waardoor de correctie terecht is opgenomen in de naheffingsaanslag.
Het verzoek tot verdaging van de zitting is afgewezen vanwege het belang van een doelmatige procesgang en de aanwezigheid van de gemachtigde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor aftrek voorbelasting en terecht correctie privégebruik auto.