Belanghebbende is houder van een Chevrolet K30 pick-up met open laadbak waarop in 2010 een overkapping met ruiten aan beide zijden is aangebracht. Tijdens een controle in juli 2016 constateerde de inspecteur dat de auto daardoor niet meer voldeed aan de inrichtingseisen voor een bestelauto volgens de Wet motorrijtuigenbelasting (Wet MRB).
De inspecteur legde naheffingsaanslag en verzuimboete op wegens het onterecht toepassen van het bestelautotarief in plaats van het hogere personenautotarief. Belanghebbende voerde aan dat de overkapping als lading moest worden gezien, dat de auto niet op de openbare weg stond tijdens controle, en dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat het geen grote bestelauto betrof. Deze bezwaren faalden.
De rechtbank oordeelde dat de overkapping niet als lading kan worden aangemerkt en dat de auto niet meer als pick-up of bestelauto kwalificeert volgens het Kaderbesluit. De naheffing was terecht en het bedrag juist. De boete werd echter gematigd van € 2.574 naar € 1.500 vanwege disproportionaliteit, mede omdat de overkapping werd aangebracht toen de auto nog vrijgesteld was van motorrijtuigenbelasting. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tevens tot vergoeding van proceskosten.