Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 17 april 2018 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Procesverloop
Overwegingen
in onderlinge overeenstemmingeen regularisatieovereenkomst kunnen sluiten. In dit geval heeft de Luxemburgse autoriteit aangegeven hieraan geen medewerking te verlenen. De Nederlandse rechter kan geen inhoudelijk oordeel geven over die beslissing. De weigering van de Luxemburgse autoriteit om een regularisatieovereenkomst te sluiten, is dus een gegeven. De SVB heeft de weigering van de Luxemburgse autoriteit dan ook aan de besluitvorming ten grondslag kunnen leggen.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding toe tot een bedrag van € 500,-;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.