Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een commanditaire vennootschap actief in grondontwikkeling, verzocht om teruggaaf van € 430.160 aan omzetbelasting over het derde kwartaal van 2011. Deze omzetbelasting was berekend over een verkoop van bouwgrond aan Parade in maart 2010. De curator van belanghebbende vernietigde deze rechtshandeling op grond van de actio pauliana, waarna de percelen terugkwamen op naam van belanghebbende.
De inspecteur wees het verzoek om teruggaaf af, stellende dat de vernietiging slechts relatieve werking heeft ten opzichte van de boedel en dat de levering aan Parade rechtsgeldig bleef. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verwees naar de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat de actio pauliana in faillissement geen absolute nietigheid veroorzaakt, maar slechts werkt ten behoeve van de boedel.
De rechtbank oordeelde dat daardoor geen sprake is van een situatie waarin de omzetbelasting onverschuldigd is betaald en dat artikel 29 van Pro de Wet OB niet van toepassing is. Ook het beroep op vertrouwen in de inspecteur faalde. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, en de rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op teruggaaf van € 430.160 omzetbelasting over het derde kwartaal 2011.