Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- heropent het onderzoek;
- houdt elke verdere beslissing aan.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een Nederlandse wetenschapper, werkte tussen 2011 en 2012 aan een universiteit in de Verenigde Staten. Ondanks zijn verblijf in de VS, waar hij een tijdelijk werkvisum had en een appartement huurde, bleef hij ingeschreven in Nederland, hield hij zijn Nederlandse woning aan en onderhield hij familiale banden in Nederland.
De inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting op waarbij belanghebbende als binnenlands belastingplichtige werd aangemerkt en de VS-looninkomsten werden belast. Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende in Nederland woonde in de zin van artikel 4 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en of het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten van toepassing was.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende een duurzame persoonlijke band met Nederland behield tijdens zijn verblijf in de VS en dus inwoner van Nederland bleef. De rechtbank heropende het onderzoek omdat partijen zich onvoldoende hadden uitgelaten over de fiscale woonplaats in de VS en de gevolgen van het belastingverdrag voor de aanslag. De beslissing werd aangehouden om partijen gelegenheid te geven hun standpunten nader toe te lichten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat belanghebbende tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten inwoner van Nederland bleef en heropent het onderzoek voor nadere standpunten over het belastingverdrag.