ECLI:NL:RBZWB:2017:5941
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling inspecteur tot vergoeding proceskosten beroepsprocedure en prejudiciële procedure
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2014 een conserverende aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd door de inspecteur. Tijdens de beroepsfase kwam de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende tegemoet, waarna belanghebbende het beroep introk en verzocht om veroordeling van de inspecteur in de proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat partijen overeenkwamen dat proceskostenvergoeding zou worden toegekend voor de beroepsprocedure, waarbij de zaak een waarde 1 kreeg toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand werden vastgesteld op € 990, gebaseerd op twee punten van elk € 495.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de inspecteur ook veroordeeld moest worden in de kosten van de prejudiciële procedure bij de Hoge Raad, omdat deze procedure pas later aan de orde kwam. De kosten van deze procedure werden eveneens vastgesteld op € 990, gebaseerd op twee punten.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur in totaal tot vergoeding van € 1.980 aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 19 september 2017 en is openbaar uitgesproken in Breda.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van € 1.980 aan proceskosten aan belanghebbende.