Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen en verzocht om toezending van alle dossierstukken. Deze stukken werden per mail toegezonden met het verzoek om binnen drie weken de gronden van het bezwaar kenbaar te maken. Na een rappel bleef een reactie uit. De inspecteur verklaarde het bezwaar daarop niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een motivering.
Belanghebbende stelde in beroep dat hij de mails niet had ontvangen en dat hij niet kenbaar had gemaakt elektronisch bereikbaar te zijn. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende voldoende bereikbaar was via het mailadres, mede omdat het bezwaarschrift ook elektronisch was ingediend en eerdere communicatie via dat mailadres had plaatsgevonden.
De rechtbank vond de ontkenning van ontvangst van de mails niet geloofwaardig en stelde vast dat de inspecteur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook werd het verzoek om een dwangsom afgewezen omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van motivering.