Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 20 juni 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het bestuur van de rechtbank Oost-Brabant, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- Eiser heeft op 11 juli 2016 bij het voorstellen van [naam medewerker] (een medewerkster van het arrondissementsparket) haar geen hand gegeven op grond van haar (religieuze) afkomst;
- Eiser heeft op 12 juli 2016 tegen een andere medewerkster van het arrondissementsparket gezegd: ‘Hé, die nieuwe collega, wordt die vandaag voorgeleid? Is ze wel gescreend?’ en ‘Ik heb gewoon niet zoveel met die mensen. Het is al eerder misgegaan. Zeg er maar niets over tegen de rest.’ Deze opmerkingen zijn gemaakt in het licht van de (religieuze) afkomst van [naam medewerker] ;
- Eiser heeft op 15 juli 2016 tegen weer een andere medewerkster van het arrondissementsparket gezegd: ‘Je weet toch hoe dat gaat, ze zijn beïnvloedbaar van buitenaf, we hebben er meer van gehad, het zal niet de eerste zijn.’ En op haar vraag: ‘Maar is het ergens op gebaseerd?’ heeft eiser geantwoord: ‘De tijd zal het leren.’