Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 29 maart 2017 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam verzoeker] , te [Woonplaats verzoeker] , verzoeker,
het bestuur van de rechtbank Oost-Brabant, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- Verzoeker heeft op 11 juli 2016 bij het voorstellen van [Naam medewerker] haar geen hand gegeven op grond van haar (religieuze) afkomst;
- Verzoeker heeft op 12 juli 2016 tegen een andere medewerkster van het parket gezegd: ‘Hé, die nieuwe collega, wordt die vandaag voorgeleid? Is ze wel gescreend?’ en ‘Ik heb gewoon niet zoveel met die mensen. Het is al eerder misgegaan. Zeg er maar niets over tegen de rest.’ Deze opmerkingen zijn gemaakt in het licht van de (religieuze) afkomst van [Naam medewerker] ;
- Verzoeker heeft op 15 juli 2016 tegen weer een andere medewerkster van het parket gezegd: ‘Je weet toch hoe dat gaat, ze zijn beïnvloedbaar van buitenaf, we hebben er meer van gehad, het zal niet de eerste zijn.’ En op haar vraag: ‘Maar is het ergens op gebaseerd?’ heeft verzoeker geantwoord: ‘De tijd zal het leren.’