Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
- i) Staat de mathematische onmogelijkheid van het eigen vermogen in de weg aan het op een redelijke schatting gebaseerd zijn van de aanslagen?
- ii) Zijn de aanslagen tot een te hoog bedrag vastgesteld doordat voorbij is gegaan aan de rentelast die verband houdt met geldverstrekking aan [Ltd.] ?
- iii) Is er sprake van misbruik van bevoegdheden in het kader van het Alijda-project en RIEC en zo ja, staat die in de weg aan het opleggen van de aanslagen?
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: