Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbenden hebben hun melkveebedrijf in Nederland verkocht en zijn vervolgens naar Canada geëmigreerd om daar een nieuwe boerderij te starten. De kern van het geschil is of de onderneming in Nederland is verplaatst naar Canada of dat deze is gestaakt.
De rechtbank stelt vast dat slechts een beperkt aantal bedrijfsmiddelen en embryo’s vanuit Nederland naar Canada zijn overgebracht. De omvang van de veestapel in Canada was pas na enkele jaren vergelijkbaar met de Nederlandse situatie bij vertrek. De identiteit van de onderneming in Canada was in de eerste jaren na emigratie niet wezenlijk dezelfde als die in Nederland.
Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat de verkoop van de bedrijfsmiddelen in Nederland heeft geleid tot staking van de onderneming in Nederland. De inspecteur heeft het verzoek om geruisloze omzetting terecht afgewezen en de beroepen van belanghebbenden worden ongegrond verklaard.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek om geruisloze omzetting is terecht afgewezen omdat de onderneming in Nederland is gestaakt.