Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
€ 45 aan hem vergoedt.
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) omdat hij stelde dat zijn auto tijdens schorsing niet op een openbare weg stond. De rechtbank oordeelt dat de steeg waar de auto stond feitelijk voor het openbaar rijverkeer openstaat en daarmee een openbare weg is in de zin van de Wet MRB.
Daarnaast vorderde belanghebbende een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Hoewel de ingebrekestelling één dag te vroeg was ingediend, acht de rechtbank deze gegrond omdat uit het hoorgesprek bleek dat de uitspraaktermijn met meer dan veertien dagen zou worden overschreden. De inspecteur is daarom een dwangsom van €370 verschuldigd.
Het beroep is verder ongegrond verklaard voor zover het de naheffingsaanslag en verzuimboete betreft. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren en is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en verzuimboete worden gehandhaafd, maar de inspecteur is een dwangsom van €370 verschuldigd wegens te late uitspraak.