Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Toepasselijke wetgeving (teksten 2008 – 2012)
Artikel 7.1.3 KwalificatieEen kwalificatie is het geheel van bekwaamheden die een afgestudeerde van een beroepsopleiding kwalificeren voor het functioneren in een beroep of een groep van samenhangende beroepen, in het vervolgonderwijs en als burger en dat is beschreven binnen een kwalificatiedossier].
5.Beoordeling van het geschil
“Ik ben van mening dat in onderdelen 3.2.7 Beroepspraktijkvorming, 3.2.8 Begeleiding, 3.3.1 Nederlandse les kwalificeert niet als beroeps opleiding van het rapport, fouten zijn opgenomen die als vergrijp kwalificeren.”De hier bedoelde “fouten” zijn kennelijk het ontbreken van ingevulde werkplekopdrachten of ingevulde BPV opdrachtenboeken en onvoldoende vastlegging van de beroepspraktijkvorming (3.2.7), het gegeven dat [persoon C] onder leiding feitelijk de praktijkbegeleiding deed terwijl hij niet was geregistreerd als praktijkopleider (3.2.8.) en het gegeven dat Nederlandse les niet kwalificeert als beroepsopleiding (3.3.1). Naar het oordeel van de rechtbank kan uit geen van deze constateringen worden afgeleid dat belanghebbende grove schuld kan worden verweten ten aanzien van het claimen van de afdrachtvermindering ter zake van de praktijkopleiding. Naar het oordeel van de rechtbank was op dit punt sprake van een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid. Nu bij de uitspraken op bezwaar de boeten zijn vernietigd, had de inspecteur een kostenvergoeding moeten toekennen.
6.Proceskosten
7.Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar doch uitsluitend voor zover het gaat om de daarbij genomen beslissingen omtrent de kostenvergoeding;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.410,50;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 331 aan haar vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: