Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een handelaar in mobiele telefoons en tablets, heeft het nultarief omzetbelasting toegepast op leveringen aan een Britse afnemer waarbij de goederen naar Duitsland en Polen werden vervoerd. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende niet beschikte over de vereiste btw-identificatienummers van het land van aankomst van de goederen, wat een formele voorwaarde is voor het toepassen van het nultarief.
Daarnaast is vastgesteld dat er sprake was van btw-fraude in de keten, waarbij de afnemer en diens doorleverancier geen btw aangaven. Belanghebbende had als professionele handelaar moeten nagaan of de afnemer beschikte over de juiste btw-nummers en waarom deze ontbraken. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende heeft gedaan om betrokkenheid bij fraude te voorkomen.
Hoewel belanghebbende vooraf contact had met de afnemer en marges hanteerde, acht de rechtbank deze maatregelen onvoldoende. Ook het overleg met de Belastingdienst en het tijdig aanleveren van gegevens na de leveringen bieden geen grond voor toepassing van het nultarief. De rechtbank wijst een beroep op het vertrouwensbeginsel af en concludeert dat de inspecteur terecht de teruggaaf omzetbelasting heeft geweigerd en de naheffingsaanslag heeft opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de weigering van het nultarief omzetbelasting wordt bevestigd vanwege onvoldoende maatregelen tegen btw-fraude.