Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, eigenaar van een eenmanszaak in motorfietshandel, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet over de jaren 2009 en 2010. Na een boekenonderzoek in 2013 bleek dat niet alle contante ontvangsten waren verantwoord in de administratie, wat leidde tot correcties op het belastbaar inkomen.
Belanghebbende voerde aan dat hij facturen had voorzien van betalingswijzen en vertrouwde op zijn boekhouder, maar hield zelf geen kasadministratie bij. De rechtbank oordeelde dat hierdoor willens en wetens de aanmerkelijke kans werd aanvaard dat te weinig belasting werd geheven, wat kwade trouw oplevert. Het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen wegens onvoldoende relevantie.
Verder werd het beroep op opgewekt vertrouwen afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de facturen reeds in 2011 tot de gecontroleerde administratie behoorden. De navorderingsaanslagen en de beschikking werden daarom bevestigd en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet over 2009 en 2010 worden bevestigd wegens kwade trouw van belanghebbende.