ECLI:NL:RBZWB:2016:2494
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroepen tegen uitspraken op bezwaar inzake belastingaanslagen wegens termijnoverschrijding
De inspecteur legde aan belanghebbende voor de jaren 2010, 2012 en 2013 diverse belastingaanslagen op, waaronder navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen, maar de inspecteur verklaarde deze bezwaren ongegrond. Vervolgens stelde belanghebbende beroepen in bij de rechtbank tegen de uitspraken op bezwaar.
De rechtbank beoordeelde de tijdigheid van deze beroepen aan de hand van de wettelijke termijn van zes weken, die aanvangt de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. De beroepstermijn eindigde op 6 januari 2016, maar het beroepschrift werd pas op 11 januari 2016 ontvangen. Belanghebbende stelde dat het beroepschrift op 24 december 2015 per post was verzonden, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar was, omdat belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor het bewaken van de termijn en het risico van niet-aantonen van tijdige verzending voor zijn rekening komt. Ook het telefonische contact op 8 januari 2016, na afloop van de termijn, maakte het verzuim niet verschoonbaar.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De beroepen tegen de uitspraken op bezwaar zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.