Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in België en niet belastingplichtig noch premieplichtig in Nederland over 2003 en 2004, ontving ten onrechte heffingskortingen die de inspecteur tracht terug te vorderen via aanslagen IB/PVV.
De rechtbank onderzoekt of deze aanslagen terecht zijn opgelegd en verwijst naar het arrest BNB 2010/85 van de Hoge Raad. Hierin is geoordeeld dat aanslagen aan niet-belastingplichtigen niet kunnen worden opgelegd, maar dat deze aanslagen kunnen worden geconverteerd in beschikkingen op grond van artikel 15 AWR Pro. Deze conversie werkt van rechtswege en maakt de aanslagen rechtsgeldig als art. 15-beschikkingen.
Belanghebbende voerde meerdere verweren aan, waaronder verjaring en het ontbreken van intentie tot conversie door de inspecteur. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de aanslagen tijdig zijn opgelegd en dat de conversie rechtsgeldig is. Hoewel de motivering van de uitspraken op bezwaar onjuist is, leidt dit niet tot benadeling van belanghebbende.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanslagen IB/PVV blijven in stand als beschikkingen op grond van artikel 15 AWR; beroepen ongegrond.