Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende B.V. heeft een lening verstrekt aan haar gelieerde vennootschap [B BV], die in 2008 en 2009 negatief vermogen had. De inspecteur stelde dat de lening onzakelijk was omdat belanghebbende een debiteurenrisico had aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur deze stelling onvoldoende had onderbouwd en dat de lening zakelijk was.
Belanghebbende had de vordering op [B BV] gedeeltelijk afgewaardeerd wegens de economische crisis en het ontbreken van vergunningen voor het vastgoedproject. De rechtbank vond echter dat zolang de hoop en verwachting bestond dat het geleende geld inclusief rente volledig zou worden terugbetaald, afwaardering niet in overeenstemming was met goed koopmansgebruik.
De rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat het risico van een lening aan een gelieerde vennootschap zorgvuldig moet worden beoordeeld en dat afwaardering alleen gerechtvaardigd is bij reële onzekerheid over terugbetaling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de aanslagen vennootschapsbelasting.